Florence - Guito - Vinci - Torre del Lago - Strand - Elba Marina del Campo Foce
VAN PA en MA:
Jolle vindt het heel leuk om of en toe mams en paps ook aan het woord te laten, zo laat ze geregeld weten. Vandaar....
Italië bruist, alleen niet nu wij er zijn. Net niet. Het lijkt alsof we de ochtend na een uitbundige bruiloft zijn aangekomen. De ergste rommel, etensresten, lege glazen en het feestgezelschap zijn net opgeruimd, maar de tafels en scenerie ademt nog zachtjes. En als je je ogen dicht doet, kan je de opgewonden stemmen en klinkende glazen nog horen. Veelal zijn wij dan ook de enige gasten in restaurants, musea, scheve torens. mmm.... Het kan ook zijn dat tourisme 'uit' is.
Maart is een onwaarschijnlijke maand om te reizen in Italië. Ongewillige campingpoorten, afgesloten telefoonnummers, boten op de kant, schappen leeg, gordijnen dicht. Alles lijkt die these te ondersteunen. Zelfs de suppoost bij het Napoleon huis op Elba is tijdelijk vervangen door een stand in. Al moet gezegd dat de vervangster leuker is. Helaas spreekt ze geen woord Engels spreekt, heeft geen tand meer in haar mond heeft. maar wellicht heeft ze de bewoners van het pand nog persoonlijk gekend.
Gelukkig hebben we ook goed nieuws. De temperatuur stijgt. Ondanks dat houden de Italianen al hun ledenmaten bedekt. Dat maakt het wel wat makkelijker in de communicatie. Omdat wij geen sokken in onze slippers dragen, is het voor iedereen duidelijk dat je ons het beste in het Engels en niet in het Duits aan kunt spreken.
We zijn inmiddels al een kleine maand op reis. Florence was meer dan genoeg stad voor ons twee. Wij missen het water, de Arno is schattig, maar niets meer dan een dun straaltje limonade uit de omgevallen beker van Jolle. Op zoek naar rust zijn we een rechte lijn richting kust gereden. Dat voerde ons recht omhoog naar een natuurcamping in de bossen.
Het is hier goed dat onze fiesten met een tripple zijn uitgevoerd (meer versnellingen). Berg op lijkt een soort toversspreuk geweest van de mannen die hier de wegen aanleggen. Je moet omhoog dan ga je omhoog. Zonder al te veel aandacht voor stijdingspercentages ligt hier de weg in een zo recht mogelijke strook tegen de heuvel aan geplakt. Zowel Rinke als ik zetten onze tanden in het asfalt, al neemt Rinke dat wel erg letterlijk. Een klim van 5 kilometer 9%. Met de benen nog vol zuur mogen wij aanschuiven bij de campingbaas thuis. Wij hebben voor een kleine 100 euri boodschappen gedaan, maar een local die je uitnodigt voor zijn spaghetti. Die kan je niet laten staan.
Nietsvermoedend stappen Rinke en ik een verdonkerde woonkamer binnen. Zijn zus of dochter (alle vrouwen blijven hier uiterlijk zo hangen rond de 40) en haar man zitten aan, lichtelijk teleurgesteld dat 'Djolly' al om 20:00 in bed ligt. We wisselen wat beleefdheden uit, pa gooit nog een blok hout op het vuur, het is tenslotte pas 15 graden buiten en 'opa Camping' zet zijn in de wijde omtrek bekende Pasta pomodori op tafel. Beleefd als opa is, kijkt hij misprijzend naar de fles wijn die de Hollanders hebben meegebracht als kadootje. De fles wordt bevingerd, opengemaakt, beroken en verder niet meer aangeraakt. Het enige woord dat wij zo goed kennen en uitspreken alsof wij iemand vrijplijten van de doodstraf, komt niet uit zijn mond. Niks grazie.
Met name Rinke kijkt geschrokken op als blijkt dat opa zich houdt aan de italiaanse eetgewoonten zoals beschreven in de bijbel van backpackers. Pasta is ook in zijn keuken een voorgerecht. Het blijkt achteraf dan ook onverstandig om nogmaals op te hebben geschept. Na het hoofdgerecht, de zoetigheid, de likeur met koekjes en een kopje koffie valt er een lange stilte. Ik wrijf voor een derde keer over mijn buik en denk na over een passende afsluiting. Perfecto mompelt Rinke, bellisimo? Geen reactie, bellissima dan?
Tijdens onze avondwandeling hebben wij besloten dat het tijd is om te vertekken. Al is het alleen omdat wij door ons Italiaans idioom zijn. De Giro chi (wijzen met vinger naar de grond)? Ah, quatro anno dopio. Lui e tifosi de Fiorentina? Ah Milan? AC ou Inter? A si Amsterdam. Droge. No fumo si. Gullit, Rijkaard e Van Basten sonno fantastico. A te gusto Cruijf, si (duim omhoog en zigzag beweging maken).
Gelukkig zijn Rinke en ik zo goed ingeslingerd dat we de boot binnen no time vaarklaar hebben gemaakt. Stekkers eruit, stoelen in de bakskist achterop. Fietsen naar binnen (staan inmiddels volledig gemonteerd binnen als we rijden). Jolle in haar eigen lifeboot gespen. Koelkast op gas zetten, trossen los en gaan. Raampje open, boekje op schoot en navigeren maar. Bart waar willen we heen? Waar de wind ons heen stuurt schatje. Jolle wijst de weg.
Ook het campingleven brengt nog geen rust. We stoppen onderweg even in Vinci. Naar het blijkt komt hier ene Leo vandaan. Italiaans is eigenlijk best gemakkelijk. Leo wordt Leonardo. Uit is da. Vinci is een dorp, net iets kleiner dan Epe. Leo uit Epe. Het klinkt op z´n Hollands weer zoals andijviestampot. Alsof je scheerzeep hebt klaargemaakt en zonder opsmuk op tafel kwakt. ´Hier vreten, heb jij je handen wel gewassen, viespeuk.´ Hier is dat Leonardo da Vinci, de visionair, uitvinder. Hij had al Ir. voor zijn naam voordat Delft ontdekt had dat je met klei mooie dingen kon bakken. Rinke heeft even kort geprobeerd aan Jolle uit te legen hoe de elementaire mechanica van Leo werkte, maar het Leonardo museum bleek niet aan Jolle besteed. Zij was alweer met haar gedachte bij haar pap, die op een van Leo´s uitvindingen de omliggende bergen pijn aan het doen was.
En als je er hier de Lonely planet op naslaat is het overal feest. Dus ook in Torre del Lago. De stad waar Pucinni zijn muze vond. Dat zal dan wel niet op deze camperplek geweest zijn. Mocht het hier ooit feest zijn, dan één met grote uit de hand lopende brandstapels en straatmuzikanten die een leuk deuntje zetten onder het messenwerpen van de te vol gevrete trailortrash. Ik heb me dat nooit gerealiseerd, maar het woord camper betekende in mijn jeugd dat je een aso was met een vlinder mes en brommer met uitgevijlde cilinderkoppen en een vlindermes.
We kiezen voor uitpakoptie 2, gespen onze frummel in de Pausmobiel en taaien af naar Pisa. Op de vraag of dat te fietsen is kijkt de bazin va de camping afkeurend. No, No no No possibelo. Of iets in die geest. Maar wat weet zij veel, zij is allang blij dat ze vandaag nog niet is aangemerkt als heks. Pis A cake was het. 30 kilometer in de vrije natuur.
Zo langzaam aan begint het ons te dagen. Italianen hebben overal een klein feestje van gemaakt. Als je in Elburg op de camping door je gas heen bent, ga je naar de campingwinkel en je koopt een nieuw blauw flesje. Geen idee hoe zoiets heet, gewoon campinggas. Gas voor op de camping dus. In het land van Mooie Mario is dit een klein fuifje waard. Uiteraard ontbreek campinggas in het Italiaans woordenboek. Na veel wijzen en vakken openen blijkt onze campinggasfles een waar puntgedicht op te leveren. AH, una bombola de la gas. Alsof je doelt op de geuzennaam van een van 's-werelds snelste dalers op de fiets. Kijk daar schiet hij voorbij, snel kijken want voor je het weet is Bombola er al weer vandoor. GAZZZ.
In onze eerder berichtgeving heb ik mijn zorg uitgesproken over het meezeulen van te veel rommel. 'Nodeloos' zingt het al dagen door mijn hoofd. 'Nutteloos'. Zonder naar Windfinder.com te kijken hebben we ons dus toch maar naar de kust laten verleiden. Die dames op het dak moeten en zullen zwemmen. De Mediterrane bleek inderdaad 'Zo Blauw.' Toon Hermans zingt het, dus hij heeft volkomen gelijk. Ik zit al dagen naar dat blauw te staren met mijn 'hele hola'. Maar waaien ho maar.
