woensdag 16 mei 2012

Update 3 (maand 2 en deel 3)

VAN PA en MA: Jolle vindt het heel leuk om of en toe mams en paps ook aan het woord te laten, zo laat ze geregeld weten. Vandaar.... Het is even stil geweest bij pa en ma. Dat is zonder reden. Of het moet zijn dat de reis en alle indrukken die erbij horen zo overweldigend zijn geweest dat er geen tijd is geweest om in te dikken tot een paar regels. Toch doet pa een poging.

Het liefst heeft Rinke alles in chronologishe volgorde. Volledigheid is een ander criterium dat zich met regelmaat aan mij opdringt. Maar als ons 1 ding bij blijft van deze rondtocht langs steden, dorpen en vlaktes dan is het dat er te veel is om op te noemen. Laat staan dat daar chronologie in aan te brengen is. Daarom in willekeurige volgorde een aantal bevindingen van de reis. Voor de volledigheid staa onderaan deze blog een chronologisch overzicht van de plaatsen en highlights.

Prosessie rups (Lago trassimeno)
Door een stom toeval heeft Jolle een prosessierups geprobeerd op te eten. Bart zag het diertje spartelen tussen de vingertjes van Jolle vlak voordat dit in haar mond verdween. Bart kon nog net Bah roepen, een commando dat Jolle gelukkig toen nog begreep. Ze liet het rupsje los. Jolle zat binnen no time onder de rode vlekken. Asl souvenir heeft Bart 21 dagen lang met rode, jeukende vlekken in zijn nek en op zijn armen gezeten (precies op die plekken waar jolle veel zit).

Via's Appia
Wegen hebben ze hier ook. Als ik onze fietsgidsgoeroe Enrico mag geloven liggen hier al wegen sinds de Etrusken en Romeinen. Al denk ik niet dat juist zij bedacht hadden dat op hun wegen iedereen met mobiel in de hand a 100 Kilometer per uur over deze karrensporen zouden racen. Want dat zijn het bij tijd en wijlen; veredelde karrensporen waar zelfs op de autostrada net twee Cinquecentootjes naast elkaar passen. Als je dan je 500-raampje opendraait kan je jouw medeweggebruiker nog net iets over zijn moeder naar het hoofd slingeren.

De wegen kunnen hier de vergelijking met een karrenspoor wel aan. Of je moet er iets meer fantasie in leggen en dan herken je er ook wel de sinasappelkont van een Antilliaans vrouw in legging in. Zelfs een melkboer met Parkinson maakt meer kans om zijn melkvoorraad leeg te drinken zonder morsen dan een uitgedroogde fietser probeert zijn biddon soldaat te maken.

Oh en dan nog iets. Die goeroe heeft het er ook over dat Italianen zo verzot zijn op een automobieltjes dat ze stuk voor stuk goede 'piloten' zijn. Waar je ook fiets, ze houden rekening met je. zo lust ik er ook nog wel een paar. Als zwangere walrus waggelen wij over ons stukje van de weg terwijl een horde krijsende meeuwen ons de pas af snijd, heel vaardig en zonder brokken te maken, dat moet gezegd. "Ligt er nu een stukkie brood onder, op ,achter, schiet eens op dikzak, ga is aan de kant."

Grieken is niet meer (Griekenland)
We hebben ook twee weken in Griekenland mogen blijven, wachtend op termische wind (in Vassiliki en in de buurt van Athene). Om de windloze dagen door te komen hebben wij ook een kleine 1000 kilometer gereden door het land van de Olijf. Dat was niet van harte. De snelwegen van Griekenland hebben de belijning van een gemiddelde gymzaal in Nederland. Lijnen in het geel, onderbroken, cirkels, witte doorgetrokken lijnen, half vervaagde witte en gele streken, groen. Aan alle sporten is gedacht. Om het verkeer nog wat meer lijn te geven, hebben ze om de 2 kilometer een deel van de snelweg afgezet met knipperende lampen met rode en blauwe pijlen, soms wit als de overheid wil dat je ergens anders moet rijden. Mochten er geen lijnen op het asfalt staan, dan is er altijd wel een Griek die met grootlicht je wijst op zijn of jouw weghelft. Gelukkig is er ruimte voor 3,5 auto naast elkaar. Als traagste weggebruiker wordt van je verlangt dat je rechts in de berm rijdt, de kuilen eventueel omzeilend. Zo ontstaat er in het midden van de weg ruimte voor tegemoetkomend verkeer om in te halen, mocht je achterbuurman dat niet ook net willen.

Metropolis is toch Grieks?
In de steden is het wegbeeld niet heel veel rustiger. Alles verdient aandacht zo vinden de Grieken. Schreeuwerige reclameborden, groot, uitpuilend, overschreeuwen verkeersborden en stoplichten. Geen wonder dat niemand stopt voor rood. Straatnamen ontbreken veelal. De chaos die samengaat met elke wereldstad is groter dan elders. In Florence (fameus om de verkeerschaos) lijkt er een onzichtbare hand toch orde te hebben geschapen. Zie het als een schilderij van Karel Appel. Je kunt het vermoeiend vinden om naar te kijken, maar er zit lijn in, smaak achter. De aanblik van zijn chaos roept goesting op. Onbedoeld krijg ik trek in verse olijven en zoute ham die in je warme broodje smelt. De Griekse chaos heeft meer weg van de verf op een overal van onze huisschilder. Hij heeft de restverf van zijn kwasen achteloos aan zijn broek gesmeerd. Van deze chaos krijg je ook honger, maar je bent blij dat er plaatjes staan op de menukaart. Gelukkig is er een remedie. Met 3 glazen Ouzo vervaagt de kleurenkakafonie tot een gezellig verfpalet waarmee nog vanalles mogelijk is. Het mooie van dit systeem is wel dat je overal kunt parkeren alsof je jouw zwangere vrouw bij de eerste hulp af moet leveren.

Italië is Pedala, pedala
Italie: waar de fietsers er gesoigneerd bijzitten alsof ze naar hun zondagsbezoek aan hun schoonmoeder gaan. Met al die pracht en praal rijgen ze de bergen een kleurrijk kralensnoer. Ook heerlijk om eens uit de wind te zitten met de geur uit een flesje in je neus. Sorry Tijn, Fahrenheit ruikt lekkerder dan een wekenlang ongewassen rennerstricot, al laten de miniscule Italiaanse flanken meer wind ongemoeid.

CHRONOLOGIE
30 maart - 2 april Verblijf in Apeldoorn in verband met privé aangelegenheden van Bart.
2 april - 4 april Wij wachten tot camper gerepareerd is (we kijken voetbal AC milan - Barcelona op een terras in Ancona). Camper krijgt nieuwe koppeling, uitlaat en startmotor.
4 april - 11 april Verblijf in Villa Ti Amo. Oma wordt 70, we eten een traditionele maaltijd (5 gangen met anti pasti, primi, secundi en een dolci met grappa achteraf, allemaal zelf bereid)
12 april - Rijden langs oost kust richting Brindisi (Italie lijkt steeds armer) richting boot naar vasteland van Griekenland We komen aan op het moment dat boot net wordt volgeladen. We mogen er direct op maar komen in het donker aan in Griekenland. De surfspot is nog een kleine 300 kilometer. We parkeren de camper langs het strand (zo vermoeden wij).
14 april Vasiliki (Griekenland) - we komen aan op de surfspot. Die is nog niet open maar ze zijn druk met seizoensvoorbereidingen. We mogen camper stallen en we kunnen enkele dagen windsurfen (in middelhoge golven (wat een genot).
- 3 dagen wind. Spelen in de golven, te gek, Zo is surfen bedacht (op HAWAII).
- 1 dag storm en regen (en video marathon). Zonder storm geen wind.
- verder weinig wind dus rondje schiereiland. Mooie bergwegen, weinig bevolking heerlijk rustig.
21 april Van Levkada naar Athene (na 300 kilometer wilde Jolle niet verder en hebben we de camper in een jachthaven kunnen parkeren). Vlak naast een feesttent waar het begin van het seizoen gevierd werd, tot 05:00.
22 april Athene Bezoek Akroprolis (was dicht in verband met feestdag). We zijn doorgereden naar een lokale surfspot (hang out voor hippe Grieken). Helaas ook hier geen wind.

24 april Hernieuwde poging bezoek Akropolis en daarna in 1 ruk door naar Igoumenitsa voor boot naar Corfu.
25 - 27 april Corfu. Gefietst over eiland samen met Jolle. 's avonds genoten van het heerlijke Griekse vlees op onze eigen BBQ. Boot opgeruimd en was gedaan. In 1 dag over eiland gecrossed. Onder andere naar twee surfspots waar geen wind was. Daarna in 1 keer door naar boot naar Brindisi.
28 - april (Italië), Matera bezocht. Het oudse dorp in de wereld naar verluid. Mel Gibson heeft hier Passion of Christ opgenomen, dus dan zal het wel waar zijn.
30 - april een onmogelijke bergweg met krappere bochten dan mogelijk brengt ons naar de Westkust. Weer een havenstadje (we worden wat blasé en verwend zo vinden wij).
1 - mei. Pompei bezocht. Gelukkig hebben meer Italianen vrij en is de toegang voor deze ene dag gratis. Pompei kan nog wel een vulcaantje gebruiken deze dag.
3 - mei Vindicio, een surfspot uit onze bijbel. 2 dagen wind op deze Italiaanse local spot
7 mei Lago di Garda. We pakken groot uit. Fietsen, surfplanken, BBQ. Kan wel eens lang gaan duren. Hier staan onze geestverwanten. Windsurfers met kinderen en fietsen in campers. Het lijkt alsof wij zijn gekopieerd (en 20 jaar vooruit in de tijd, mmmm). Surfen is hier een sport voor kale zakken, kromme vrouwen.

donderdag 3 mei 2012

Lokatie: Ergens op een trapveldje in Italië Datum: Elke dag Opmerkelijk: Van onze NOS reporter

Als ik moet kiezen, dan kies ik Voetbal. Als ik bal merk ik niet dat ik honger heb. Als ze mij de bal afpakken dat word ik gek. Ik rel net zo lang tot ik de bal weer heb. Het liefst heb ik dan ook meerdere ballen in het veld. Liefst van verschillend formaat en kleur.

Ik durf wel te zeggen dat ik verliefd ben op hun vorm. Het gaat zelfs zover dat als ik overal voetballen in zie. Laatst zat ik in mijn stoelgegespt zag ik overal ballen langs de weg staan. Blauwe ballen met witte pijlen erop. Ik riep nog bal, bal, bal maar mam wilde doorrijden.

Ik denk dat ik een aanvaller ga worden, eentje die veel pingelt. Medespelers zie ik het liefst niet staan. Publiek wel. Ik speel graag voor een groot publiek. Laatst nog speelde ik op een groot plein met allemaal joelende Italianen. Ze riepen me toe. Ik heb denk ik ook al een naam voor op mijn schirt. Elbimba. Dat roepen ze alsmaar als ik tegen de bal aan schop.

Wat ik nog wel moeilijk vind, is inschatten waar de bal precies komt stil te liggen. Ik heb daar wel een oplossing voor. Die heet papa. Hij brengt de bal precies daar waar ik hem het beste kan raken. Hij is mijn ballenjongen.

Mijn liefde gaat nu al zover dat ik wakker word met het idee van de voetbal. Ik begrijp dat ik moet eten maar ik ga het liefste bij de deur staan tot deze open gaat om naar buiten te gaan. Zometeen gaan we weer rijden. Ben benieuwd waar en tegen wie ik morgen speel.

xJJ

Een vriendje voor het leven, heel even

Lokatie: Griekenland en Italie Datum: van toen tot nu Opmerkelijk: Ik spreek de lichaamstaal vloeiend

Ik vind praten niet nodig. Om vriendjes te krijgen in ieder geval niet. We zijn nu al heel lang op reis en ik heb heel veel vriendjes. Mijn eerste was Ernesto, denk ik. Ik ontmoette hem op het strand. Pap en mam vonden het tijd om even mijn benen te strekken. En dan zetten ze de wagen stil op een plek met heel veel ruimte om te kijken en spelen. Ik zag Ernesto meteen, links op het strand. Hij had een blauw truitje aan en een mutsje op. Zoeen van Kwik, Kwek of Kwak. In volle draf rende ik naar hem toe. Hij schrok een beetje van mijn snelheid en pakte zijn rooie schep om zich te verdedigen. Ik hield in, keek in zijn bruine ogen en ging naast zijn blauw met roze vrachtwagen zitten. Ik stamelde wat over een strandbal. Ernesto bleek gelukkig ook iemand van weinig woorden. Hij gaf me zijn groene schep en speelde door. Die schep zal ik altijd bewaren dacht ik nog toen ik wegliep. Ernesto riep iets onverstaanbaars, heel hoog. Ik liet de schep los en pap tilde mij op. Van mam moest ik het doen mij te herinnering. Ik had geen tijd voor afscheid.

En dan was er ook Spiro in Levkada. Dat ging mij alleen wel heel snel. Het regende buiten dus ik moest binnen spelen op de trap. Na de zesde keer omhoog en omlaag stond hij daar, onder aan de trap. Hij opende zijn armen om mij te zoenen. Hij rook naar babymelk met knoflook. Ik moest gelijk met hem mee, zo liet hij blijken. Ik trok mijn hand uit de zijne en rende terug naar de trap. Ik heb niet echt nee hoeven zeggen. Hij begreep het wel.

Dan heb ik vandaag Julian ontdekt in Pompei. Leuke jongen met net zo veel krullen als pap. Ik mag van hem met zijn Barbabapa spelen als hij aan mijn bal mag komen. Daar hou ik niet van, als jongens gelijk aan mijn bal komen. Zoenen vind ik prima. Mijn bal aanraken kan pas als ik hem echt leuk vind.

En dan heb ik ook nog heel veel dierenvrienden. Naast Jeroen en Kato op onze boot. Alle honden vind ik lief. Zij mij ook. Ik laat ze altijd eerst even aan mijn hand ruiken. Heb ik van pap. Als dat niet lukt, ruiken ze gewoon even aan mijn luier. Dat is vaak wel voldoende. Ik heb ook vriendjes gemaakt met de kat in Nassakia. Ze zat opgesloten in het electrahok en kon daarom moeilijk anders dan van mijn aaien en slaan genieten. Een vreindin voor het leven als het aan mij ligt. Ook waren er twee paarden in Vasiliki. Die heb ik iedere dag appel gevoerd. Kon ik gelijk dat woord leren. Als ik op de nek van pap kwam aanlopen, rende ze naar het hek. Pap deed dan een paard na. Hij spreekt zijn talen wel.

En dan zijn er altijd Bert en Ernie. Die zeggen ook nooit wat maar het is altijd duidelijk wat ze bedoelen. Ze geven geen kik als ik ze in een hoek smijt. Ze zijn er elke keer als ik in bad ga. Ze geven allebij geen kik als ze te lang op de bodem van mijn bad liggen te weken. En ze kijken altijd vrolijk. Ik hoop die vriendjes nooit kwijt te raken.

xJJ