Ik vind praten niet nodig. Om vriendjes te krijgen in ieder geval niet. We zijn nu al heel lang op reis en ik heb heel veel vriendjes. Mijn eerste was Ernesto, denk ik. Ik ontmoette hem op het strand. Pap en mam vonden het tijd om even mijn benen te strekken. En dan zetten ze de wagen stil op een plek met heel veel ruimte om te kijken en spelen. Ik zag Ernesto meteen, links op het strand. Hij had een blauw truitje aan en een mutsje op. Zoeen van Kwik, Kwek of Kwak. In volle draf rende ik naar hem toe. Hij schrok een beetje van mijn snelheid en pakte zijn rooie schep om zich te verdedigen. Ik hield in, keek in zijn bruine ogen en ging naast zijn blauw met roze vrachtwagen zitten. Ik stamelde wat over een strandbal. Ernesto bleek gelukkig ook iemand van weinig woorden. Hij gaf me zijn groene schep en speelde door. Die schep zal ik altijd bewaren dacht ik nog toen ik wegliep. Ernesto riep iets onverstaanbaars, heel hoog. Ik liet de schep los en pap tilde mij op. Van mam moest ik het doen mij te herinnering. Ik had geen tijd voor afscheid.
En dan was er ook Spiro in Levkada. Dat ging mij alleen wel heel snel. Het regende buiten dus ik moest binnen spelen op de trap. Na de zesde keer omhoog en omlaag stond hij daar, onder aan de trap. Hij opende zijn armen om mij te zoenen. Hij rook naar babymelk met knoflook. Ik moest gelijk met hem mee, zo liet hij blijken. Ik trok mijn hand uit de zijne en rende terug naar de trap. Ik heb niet echt nee hoeven zeggen. Hij begreep het wel.
Dan heb ik vandaag Julian ontdekt in Pompei. Leuke jongen met net zo veel krullen als pap. Ik mag van hem met zijn Barbabapa spelen als hij aan mijn bal mag komen. Daar hou ik niet van, als jongens gelijk aan mijn bal komen. Zoenen vind ik prima. Mijn bal aanraken kan pas als ik hem echt leuk vind.
En dan heb ik ook nog heel veel dierenvrienden. Naast Jeroen en Kato op onze boot. Alle honden vind ik lief. Zij mij ook. Ik laat ze altijd eerst even aan mijn hand ruiken. Heb ik van pap. Als dat niet lukt, ruiken ze gewoon even aan mijn luier. Dat is vaak wel voldoende. Ik heb ook vriendjes gemaakt met de kat in Nassakia. Ze zat opgesloten in het electrahok en kon daarom moeilijk anders dan van mijn aaien en slaan genieten. Een vreindin voor het leven als het aan mij ligt. Ook waren er twee paarden in Vasiliki. Die heb ik iedere dag appel gevoerd. Kon ik gelijk dat woord leren. Als ik op de nek van pap kwam aanlopen, rende ze naar het hek. Pap deed dan een paard na. Hij spreekt zijn talen wel.
En dan zijn er altijd Bert en Ernie. Die zeggen ook nooit wat maar het is altijd duidelijk wat ze bedoelen. Ze geven geen kik als ik ze in een hoek smijt. Ze zijn er elke keer als ik in bad ga. Ze geven allebij geen kik als ze te lang op de bodem van mijn bad liggen te weken. En ze kijken altijd vrolijk. Ik hoop die vriendjes nooit kwijt te raken.
xJJ
Geen opmerkingen:
Een reactie posten